Marijke Baken


foto: Ria Pabon

°Hoei, 1953

Vanaf 1975, na het beëindigen van mijn studies master in de godsdienstwetenschappen, heb ik 18 jaar in diverse middelbare scholen les gegeven. Tijdens die jaren volgde ik vele cursussen lichaamsexpressie en gestaltworkshops (bij Willy Deckers, Paul Stappaerts, Nora Van den Brande, Georges Lambrechts en Georges Wollants) en dans (bij Kaatje Verbrugge, Jos Depla en Lut De Jaeger)

 

Verder in die tijd was er eutonie (bij Thérèse Windels), focusing, en feministische spiritualiteit (Vrouwenecclesia). De intensieve therapie bij Mia Leijssen wil ik ook vernoemen omdat ze mij op een heel eigen manier in verbinding met mijn lichaam bracht. Ik ben dankbaar voor al deze cursussen en hun begeleiders omdat ze een intensieve ontwikkeling in mij op gang brachten en omdat ze de basis legden voor mijn latere werk.

Tijdens mijn jaren onderwijs gaf ik veel bezinningsdagen voor jongeren en ook workshops rond lichaamsbewustzijn voor volwassenen. Daar ontwikkelde ik een eigen begeleidingsstijl.

 

In 1993 schakelde ik over naar volwassenenvorming en werd medewerker bij de vormingsorganisatie Zorg-Saam in Leuven. Ik ontwikkelde een intensieve verdiepingscursus rond vrouwelijke spiritualiteit, ‘Vrouwensporen’, die in 1999 uitmondde in het boek ‘De weg van Inanna’ en verdere workshops rond deze thematiek. Daarnaast werkte ik binnen Zorg-Saam veel rond palliatieve zorg en het omgaan met pijn, verlies en crisis. Opleiding daartoe volgde ik o.a. bij Michael Murphy en Jacques Hanoulle.

In 1995 begon ik met cranio-sacraal bij de ‘Belgian Cranio-Sacral and Meditation Society’ van Etienne Peirsman. Deze benadering fascineerde mij enorm. De weg van het vrouwelijke is een weg van je buigen naar wat de grote levenskracht nodig heeft en dat vond ik ook helemaal terug in het cranio-sacraal werk, nu in de stilte en de eigen wijsheid van het lichaam. Stapsgewijs volgde ik de hele opleiding: basis, follow-up, sfenoïd, somato-emotional release, oogwerk, viscerale cranium, alarmclock, brainclass, babywerk, diep spierwerk (bij Bhaven Heeremans), cranio en acupunctuur (bij Chris Dhaenens), cranio in water (bij Ludo Deferme), immuunklas en advanced class tot gecertificeerd cranio-sacraal therapeut. Ook de cursus ‘embryosofie’ die ik volgde bij Jaap van der Wal was een grote eye-opener en sloot hier onmiddellijk bij aan.

Er vormde zich een piepkleine praktijk, vanaf 2000 begeleidde ik oefenavonden en vanaf 2001 gaf ik ook cursus in de opleiding (nu Peirsman Cranio Sacraal Academie).

 

In 2003 brak een nieuwe periode aan: ik stopte bij Zorg-Saam en werd ‘zelfstandige in hoofdberoep’. Zo kon ik me helemaal toeleggen op mijn praktijk en op het werk in de opleiding. Of anders gezegd: de ruimte kwam nu helemaal open om mij ten gronde te verdiepen in de kracht die zich via ons lichaam uit.
Door mijn eigen geschiedenis met pijn en door het vroege sterven van mijn moeder in 1985 ontwikkelde ik een bijzondere interesse voor de samenhang van ziekte en gezondheid. De kernvraag die telkens terugkeerde was: hoe is het organisme een wegwijzer om welke vervreemding dan ook in onszelf op te heffen? Hoe kan ons lichaam leiden naar een groter bewustzijn omtrent onszelf en onze relatie met de omgeving?

Toen ik (in 2003) in contact kwam met de benadering van Dr. Hamer (die de samenhang Psyche-Hersenen-Orgaan aantoonde) en (in 2005) met Dr. Eduard Van den Bogaert die daarop voortbouwde, vond ik een kader voor dat lange zoeken. Ik volgde gedurende meerdere jaren al wat ik kon volgen bij Dr. EvdB: lezingen en diverse workshops rond biologische decodering en stamboomwerk, en de opleiding ‘Decodering van psychobiologische conflicten en ziekten afgeleid van de drie embryonale weefsels’. Verder leerde ik ook veel van het systemisch werk van Bert Hellinger, zowel van de theorie als van de praktijk.  

Vanaf 2005 volgde ik anderhalf jaar een wekelijkse training psycho-spiritueel werk bij Douwe Nutterts. Daarin kreeg ik op weer een andere wijze te maken met hoe er een belichaamde aanwezigheid is waar ons denken geen toegang toe heeft en hoe we daar in de ervaring kunnen landen.

Ook gaf ik tussen 2003 en 2010 voor de organisatie WISTIK vzw jaarlijks een herbronningsweek voor mensen met of voorbij kanker. In die weken lag de focus op het aanspreken van de grote kracht die ieders deel is, maar waar we soms – ongewild en onbewust - zover van afgedwaald zijn.

 

Nadat ik binnen de opleiding een 70-tal craniocursussen had gegeven beëindigde ik in het najaar 2007 de samenwerking met Etienne Peirsman. Datzelfde jaar volgde ik de ‘Advanced Overview of Craniosacral Biodynamics’ bij Roger Gilchrist, waar ik een nog stillere wijze van werken herkende waarnaar ik in de laatste jaren als vanzelf geëvolueerd was. Ik verdiepte mij in het werk van de grondlegger ervan, Franklyn Sills, en evolueerde zelf naar alsmaar stillere sessies waarbij ik me leerde toevertrouwen aan de grote wijsheid van het organisme die zich enkel toont waar er geluisterd wordt. Deze benadering heb ik verder mee uitgedragen in 6-daagse cursussen van 2008 tot eind 2015.

 
Al deze lijnen kwamen uiteindelijk samen in het boek ‘Het Doorzichtige Lichaam’ dat verscheen in 2014.
Het is mijn volle overtuiging dat juist deze benadering van te leren luisteren naar wat ons organisme werkelijk nodig heeft en daar ook aan tegemoet te komen, ons kan behoeden voor zoveel onheil. Het is mijn volle overtuiging dat het zorg dragen voor wat ons hart opent en onze ziel voedt, zoveel meer vervullend is dan wat het hoofd ons allemaal influistert aan ‘nodig’ en ‘te doen’. Het is mijn volle overtuiging dat het onze eigen verantwoordelijkheid is om ruimte te maken voor de stilte en de rust die dat behoeft maar eveneens dat donkerte (in welke vorm dan ook) wezenlijk deel van het leven uitmaakt.

 

Stilte is diep helend. Ze maakt de kracht vrij van de 'Breath of Life', de Levensadem, en haar ordenende en helende vermogen. Er is dan hernieuwing van leven mogelijk, waarbij altijd ont-spanning ervaren wordt. Van die helende kracht mocht ik ontelbare keren getuige zijn in mijn werk. En in mijn dagelijks leven leer ik, steeds beter, om lege plekken, lummeltijd, doolmomenten, open ruimtes, ongeplandheid ... toe te laten zodat ik kan landen in de ervaring van wat eenvoudigweg is. Daar vind ik altijd weer adem. Pas dan komt er ruimte voor stilte waarbinnen de kracht kan oprijzen. Ze ontvouwt zichzelf.
En zo dient zich nu, vanaf 2016, weer een heel nieuw hoofdstuk Leven aan. Het is goed geweest met al dit werk. Ik heb veel gegeven en veel gekregen. Er waren moeilijke stukken en er is grote dankbaarheid. Vanaf januari 2016 ben ik officieel met pensioen. Tot 2001 woonde ik in Antwerpen, daarna in Sint-Amands-aan-de-Schelde en nu trek ik naar Wallonië: andere taal, andere cultuur, andere natuur en nog onbekende omgeving. Een nieuwe levensfase met nieuwe uitdagingen.

 
 

en zonder dat punt,
dat stiltepunt,
zou er geen leven zijn,
en er is alleen maar leven

T.S. Eliot